Inleiding tot de Ceremonie voor Zieken

In de boeddhistische traditie wordt anders gekeken naar geboorte en dood dan wij in het westen gewend zijn. In de boeddhistische beleving zijn de momenten van geboorte en dood niet zo scherp, het zijn drempels van komen en gaan.

 

Wanneer zijn we een nieuw mens? Bij de geboorte? Bij de bevruchting? Of misschien al wel veel en veel eerder? We zijn immers opgebouwd uit de genen van onze ouders en voorouders. De bouwstenen waren dus al ver voor onze geboorte aanwezig. Alleen de manifestatie was anders.

 

Als wij sterven, leven wij voort in onze kinderen en kleinkinderen, maar ook in onze vrienden. Velen zullen ons, zelfs tientallen jaren na onze dood, nog heel scherp kunnen herinneren. We hebben daar geen foto's voor nodig.

Bijvoorbeeld, als ik mijn handen zie, zie ik de handen van mijn vader. 

De eigenschappen van iemand die gestorven is, leven voort in zijn of haar kinderen en kleinkinderen. 

 

Ons inzicht in leven en dood kan door de onderstaande tekst verdiept worden.

Inzicht leidt, volgens de Boeddha, tot vrijheid. Vrijheid van angst voor het onbekende.

 

"Ik zie dat dit lichaam, dat gemaakt is uit de vier elementen, niet mijn echte 'ik' is en dat ik niet slechts dit lichaam ben. Ik ben deel van een levensstroom die bestaat uit ontelbare generaties van mijn spirituele familie en van de familie waarin ik geboren ben.

 

Deze stroom stroomt al duizenden jaren, bereikt het nu, en zal nog duizenden jaren doorstromen, de toekomst in.

 

Ik ben het leven dat zich uitdrukt in ontelbare verschijningsvormen.

Ik ben één met alle mensen en andere wezens op aarde, of ze nu leven in vrede, of leven in angst. 

Ik ben één met mijn voorouders, ik ben één met mijn nakomelingen.

 

Op dit moment ben ik overal op deze planeet aanwezig. Ik ben ook aanwezig in het verleden en in de toekomst. Het uiteenvallen van mijn lichaam deert me niet.

Net zoals het afvallen van de pruimenbloesem niet het einde betekent van de pruimenboom. 

 

Ik zie mezelf als een golf aan de oppervlakte van de oceaan. Mijn ware natuur is niet de golf, maar het oceaanwater. Ik zie mijzelf in alle andere golven en alle andere golven zijn in mij. Het verschijnen en verdwijnen van de golf deert de oceaan niet.

 

Mijn geestelijke wijsheid is niet onderworpen aan geboorte en dood. Ik zie hoe ik al aanwezig was voordat mijn lichaam verscheen en hoe ik aanwezig zal zijn als mijn 

lichaam uit elkaar is gevallen. Mijn levensduur is niet beperkt, maar is grenzeloos, net als de levensduur van de oceaan of van een Boeddha. Het idee dat ik een lichaam ben dat in ruimte en tijd afgescheiden is van andere levensvormen, heb ik los gelaten."