Sangha

Sangha is een woord uit het Sanskriet en betekent spirituele gemeenschap. Sangha's in de traditie van Thich Nhat Hanh zijn open groepen, waaraan iedereen die belangstelling heeft kan deelnemen. Je hoeft geen boeddhist te zijn of te worden.

 

Onze beoefening gebaseerd op de meditatiepraktijk van de (boeddhistische) zenleraar Thich Nhāt Hanh en de Plum Village-gemeenschap. Aan een sangha deelnemen is meer dan zo nu en een meditatieavond bijwonen. Sanghadeelnemers zijn tochtgenoten op het pad: ze helpen en ondersteunen elkaar om vanuit leven in aandacht te komen tot meer liefde en begrip voor zichzelf, voor elkaar en voor de omgeving.

 

Vaak voelen we niet eens een echte verbinding met de mensen met wie we direct samenleven, zoals onze buren, onze collega’s op het werk en zelfs met de leden van ons eigen gezin. Iedereen leeft voor zichzelf, los van elkaar. Samen oefenen in een sangha (meditatiegroep) kan gevoelens van eenzaamheid en afgescheiden zijn verminderen.

 

Door samen te mediteren, naar lezingen van Thich Nhāt Hanh en andere leraren te kijken en te luisteren, door onze eigen ervaringen uit te wisselen, samen te eten, kortom door samen deze alledaagse dingen met andere beoefenaars te doen, kunnen we liefde en verbondenheid werkelijk ervaren. Steeds meer kunnen we ze ook toepassen in ons dagelijks leven.

  

Een sangha wordt gedragen door een groepje beoefenaars - een kerngroep - die bekend zijn met de traditie van Thich Nhāt Hanh en zich regelmatig verdiepen door retraites, e.d.. Kerngroepleden begeleiden de meditatie-avonden en andere activiteiten. In principe kan iedereen die dat wil lid worden van de kerngroep. De kerngroepleden komen een- of tweemaal per jaar bij elkaar en bespreken de invulling van het programma en regelen praktische zaken. Alle leden van de sangha zijn welkom op de kerngroepbijeenkomsten, zodat ze inzicht kunnen krijgen in de de rol van de kerngroep.

Thich Nhāt Hanh zegt over de Sangha:

“Waarom een sangha? Alleen zijn we kwetsbaar, maar met broeders en zusters om mee samen te zijn kunnen we elkaar ondersteunen. We kunnen niet als een losse druppel water naar de zee gaan – we zouden uitgedroogd zijn voordat we onze bestemming bereikt hadden. Maar als we een rivier worden, als we als een sangha gaan, zullen we zeker bij de zee komen.

 

Je hebt een sangha nodig; je hebt broeders en zusters nodig of vrienden, die je eraan herinneren wat je al weet. De leer van de Boeddha, de Dharma is in jou, maar hij heeft water nodig om zich te kunnen manifesteren en verwerkelijken.

 

Een sangha is een gemeenschap die zich verzet tegen de haast, het geweld en de onheilzame manieren van leven die in onze huidige maatschappij de boventoon voeren. Ik ben al 65 jaar monnik en wat ik heb vastgesteld is dat er geen religie, filosofie en ideologie is die belangrijker is dan broeder- en zusterschap. Zelfs boeddhisme niet.

 

Een sangha is een tuin, vol met vele soorten bomen en bloemen. Als we naar onszelf en anderen kunnen kijken als naar prachtige, unieke bloemen en bomen dan kunnen we werkelijk groeien in liefde en begrip voor elkaar. De ene bloem bloeit vroeg in het voorjaar en een andere laat in de zomer. De ene boom draagt veel vruchten en de andere geeft koele schaduw. Geen enkele plant is groter of kleiner of hetzelfde als ook maar enig andere plant in de tuin.

 

Zo heeft ook iedere beoefenaar zijn of haar unieke gaven om bij te dragen aan de gemeenschap. We hebben ook allemaal punten die aandacht verdienen. Wanneer we de bijdrage van elke sanghagenoot waarderen en onze zwaktes zien als mogelijkheden voor groei dan kunnen we leren in harmonie samen te leven. Onze beoefening is te zien dat we een bloem zijn of een boom en dat we bovendien samen de hele tuin zijn, allemaal met elkaar verbonden. Met steun van het Sanghalichaam komt mijn beoefening in een stroom die het mogelijk maakt mijn grote doel te verwezenlijken om alle wezens lief te hebben en te begrijpen.“